Klimaatopwarming maakt
voorbereiding in Nederland urgent

Bron: Nieuwsbericht Nummer: 072, 15 okt 2008, Wageningen Universiteit

Weerstation De Arend is voorzichtig als het gaat om 'harde' stellingnamen betreffende klimaatverandering. Echter, Jos Werkhoven van weerstation De Arend heeft wel degelijk een mening en een visie over wat bijvoorbeeld politiek Nederland  zou kunnen doen met de inmiddels beschikbare informatie. Onderstaand 'opiniërend' videobericht is daar een voorbeeld van en is een aanvulling bij onderstaande informatie.

Download hier de complete tekst van de rede.

De noodzaak voor Nederland om zich voor te bereiden op klimaatverandering is urgent. Dat vergt een sterke sturing door de overheid, zowel bij de overgang naar een klimaatneutrale energievoorziening, als ook bij de bescherming tegen hoogwater. Het gaat daarbij om keuzes die voor de komende honderden jaren de leefbaarheid van Nederland bepalen. Niet zozeer hogere als wel brede, overstroombare maar doorbraakvrije dijken kunnen de basis vormen voor een veilig Nederland voor generaties.
Dat zegt prof.dr.ir. Pier Vellinga op 16 oktober bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Klimaatverandering, water en veiligheid aan Wageningen Universiteit.

400.000 jaar de temperatuur van de aarde. Klikken op afbeelding geeft groot formaat.

Recente wetenschappelijke publicaties geven aan dat de situatie rond klimaatopwarming kritieker is dan tot voor kort werd aangenomen. Zeer waarschijnlijk hebben we geen honderd maar slechts dertig jaar of minder de tijd om te voorkomen dat de aarde de komende eeuwen zes tot tien graden warmer wordt en de zeespiegel zes en op termijn nog meer meters gaat stijgen, zegt prof. Vellinga in zijn inaugurele rede Hoogtij in de Delta.

Het systematische wereldwijde klimaatonderzoek begon in de late jaren zeventig van de vorige eeuw en sinds 1989 vat het wereldklimaatplatform IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) dit onderzoek om de vier jaar samen, laatstelijk in 2007. Steeds duidelijker is de conclusie dat de wereld afstevent op een ingrijpende klimaatopwarming. Toch komt de wereld maar langzaam in actie, stelt Vellinga vast: “Wetenschappelijke kennis alleen is daarvoor blijkbaar onvoldoende”. Hij ziet evenwel een omslag in de wereldwijde meningsvorming, omdat de effecten van klimaatopwarming steeds meer zichtbaar worden bijvoorbeeld in de vorm van natuurrampen, zoals mag worden afgeleid uit statistieken van grote internationale herverzekeraars, en omdat door de schaarste en prijsontwikkeling van fossiele brandstoffen alternatieve bronnen en technologieën economisch interessant worden.

Nederland
Nederland staat op water- en energiegebied voor belangrijke keuzen, meent Vellinga. Hij geeft aan dat met een keuze voor nieuwe kolen- en kerncentrales de weg naar wind- en zonne-energie wordt geblokkeerd. Alleen gascentrales - aardgas, kolengas en biogas - maken een efficiënte inpassing van zon en wind mogelijk, betoogt hij. Gascentrales lenen zich ook heel goed om de vrijkomende CO2 ondergronds te bergen. De overheid, met name het ministerie van Economische Zaken, zal hierin naar zijn mening veel sterker sturend moeten zijn dan tot nu toe gebeurt.

Vellinga: “Als we er wereldwijd in slagen in 2050 de emissie van CO2 met tachtig procent naar beneden te krijgen, kan het smelten van de ijskappen van Groenland en Antarctica vermoedelijk nog tot staan worden gebracht. Maar ook als dat slaagt zullen we ons in Nederland, zij het met enige vertraging, nog steeds moeten voorbereiden op een stijging van de zeespiegel van ruim een meter."
De Deltacommissie heeft onlangs advies uitgebracht over de bescherming van het Nederlandse deltagebied en de aanpassing ervan aan klimaatverandering. In zijn oratie gaat Vellinga in op de ontwikkeling van de scenario’s die hij met het KNMI en vele buitenlandse collega’s heeft gemaakt voor de Deltacommissie. Hij laat zien dat andere landen uitkomen op soortelijke scenario’s.

Een nog optimistisch scenario voor zeespiegelstijging van de Nederlandse kust tot 2100.
Klikken op afbeelding geeft groot formaat.

Vellinga pleit voor het aangaan van een nieuwe relatie van Nederland met het water en de zee: “Weg met de harde grenzen tussen water en land, weg met de harde grenzen tussen zout en zoet water”. Smalle hoge dijken zijn, gezien vanuit veiligheid, niet meer van deze tijd, vindt hij. De verbindingen tussen water en land en mensen kunnen zowel veiliger als natuurlijker worden gemaakt. Nu is de dijk een sta-in-de-weg. Brede, doorbraakvrije dijken om op te wonen, te recreëren en voor natuur zijn zoveel aantrekkelijker, aldus prof. Vellinga: “Daarmee wordt de kans op overstroming teruggebracht tot een probleem van tijdelijke wateroverlast. Meer natuurlijke overgangen van zoet naar zout water geven een betere kwaliteit van water en natuur. Zoute landbouw en zoute aquacultuur bieden nieuwe kansen. Vooral in een wereld waarin alle delta’s te maken hebben met een stijging van de zeespiegel”.


Noot voor de redactie
Prof.dr. Pier Vellinga spreekt zijn inaugurele rede Hoogtij in de Delta uit op donderdag 16 oktober 2008. om 16.00 uur in de Aula van Wageningen Universiteit, Generaal Foulkesweg 1, Wageningen.Voor meer informatie kunt u contact opnemen met prof dr. Vellinga, tel. 0317 486 665, pier.vellinga@wur.nl,Of met Bouke de Vos, Pers- en wetenschapsvoorlichting Wageningen UR, tel. 0317 480 180, bouke.devos@wur.nl. Bij hem kunt u ook de integrale tekst opvragen van de rede.